Hoge boete voor niet melden arbeidsongeval

Het niet direct melden van een ernstig arbeidsongeval in uw onderneming bij de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [Inspectie SZW] heeft een boete tot gevolg die kan oplopen tot € 50.000. In de

Het niet direct melden van een ernstig arbeidsongeval in uw onderneming bij de Inspectie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [Inspectie SZW] heeft een boete tot gevolg die kan oplopen tot € 50.000. In de online te raadplegen vernieuwde brochure Meldingsplicht arbeidsongevallen van de inspectiedienst leest u meer over de meldingsplicht voor werkgevers bij arbeidsongevallen en de boete die met ingang van 1 januari 2013 fors verhoogd is.

Volgens de Arbowet moet uw onderneming ernstige arbeidsongevallen direct melden aan de Inspectie SZW. Het gaat om ongevallen die hebben geleid tot ziekenhuisopname, blijvend letsel of de dood van een medewerker. Ook als zich een ongeval voordoet dat in eerste instantie niet ernstig lijkt, maar uiteindelijk toch leidt tot blijvend letsel of een ziekenhuisopname geldt de meldingsplicht. De meldingsplicht geldt zowel voor vaste als middels derden ingehuurde arbeidskrachten, zoals uitzendkrachten.

Hoe moet u een ongeval melden?

Een dodelijk ongeval van een werknemer of uitzendkracht moet direct worden gemeld via het telefoonnummer 0800-5151. Andere meldingsplichtige ongevallen kunt u ook melden via een formulier op de website van de Inspectie SZW.

De boete bij het niet doen van de melding kan oplopen tot € 50.000.

Financieel risico arbeidsongeval

Het financiële risico is in werkelijkheid nog groter. Naast een eventuele boete van de inspectiedienst kan het slachtoffer ook nog een civiele rechtszaak starten om een schadevergoeding te eisen. Het is dus erg belangrijk om ervoor te zorgen dat de veiligheid binnen uw onderneming zo optimaal mogelijk geregeld is.

Vraag uw toepassing van de beslagvrije voet eind 2013 opnieuw aan

Heeft u een toeslagschuld die u moet terugbetalen? Vergeet dan niet de toepassing van de beslagvrije voet uiterlijk in

Heeft u een toeslagschuld die u moet terugbetalen? Vergeet dan niet de toepassing van de beslagvrije voet uiterlijk in november 2013 opnieuw aan te vragen.

De beslagvrije voet is het is het minimum inkomen waar iemand met schulden zijn vaste lasten -zoals huur, levensonderhoud en ziektekostenverzekering- van moet betalen. Komt uw inkomen door de verrekening van één of meer toeslagen onder de beslagvrije voet (minimaal 90% van het sociaal minimum), dan kunt u de Belastingdienst/Toeslagen vragen om ’toepassing van de beslagvrije voet’. Als de Belastingdienst uw verzoek goedkeurt, wordt het maandelijks te verrekenen bedrag gematigd of wordt de verrekening geheel opgeschort.

Let op: de beslissing van de Belastingdienst om de beslagvrije voet toe te passen, geldt slechts tot het einde van het toeslagjaar! Heeft u bijvoorbeeld in maart 2013 om toepassing van de beslagvrije voet gevraagd en dit gekregen, dan geldt deze beslissing van de Belastingdienst dus tot en met december 2013. Als u wilt dat de Belastingdienst voor het jaar 2014 opnieuw de beslagvrije voet toepast, moet u dit uiterlijk in november 2013 opnieuw aanvragen.

Thuis werken: de onbelast ingerichte werkplek thuis

Slechts onder strikte voorwaarden kan de werkgever een werknemer een onbelaste vergoeding geven voor de inrichting van de werkruimte thuis. Over deze voorwaarden verschilden een werkgever en de fiscus van mening. In dit bericht leest u

Slechts onder strikte voorwaarden kan de werkgever een werknemer een onbelaste vergoeding geven voor de inrichting van de werkruimte thuis. Over deze voorwaarden verschilden een werkgever en de fiscus van mening. In dit bericht leest u hoe Rechtbank Den Haag op 22 februari 2013 over dit geschil oordeelde [LJN:BZ5101, 22 maart 2013].

Zelfstandigheidscriterium geldt ook voor de inrichting

Volgens de rechter liet de aanhef van het eerste lid van artikel 30 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 zich niet anders lezen dan dat een belastingvrije vergoeding voor een werkkamer en voor de inrichting daarvan, niet mogelijk is, tenzij de werkkamer aan het zelfstandigheidscriterium voldoet. Voor het standpunt van de werkgever dat dit criterium niet zou gelden als alleen een vergoeding voor de inrichting wordt verstrekt, vond de rechter in de tekst van deze bepaling geen steun. Het moet dus gaan om een zelfstandige werkruimte, wil de vergoeding voor de inrichting onbelast blijven.

Voorwaarden voor onbelaste vergoeding, verstrekking of ter beschikking stelling

Als een werkgever geen gebruik maakt van de werkkostenregeling, kan hij de werknemer een vergoeding van € 1.815 geven voor de inrichting van de werkruimte thuis. Hij kan de inrichting ook tot dat bedrag verstrekken of ter beschikking stellen. De inrichting hoort dan niet tot het loon als is voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • Er is een gedagtekend schriftelijk contract tussen de werkgever en de betrokken werknemer. Dit contract moet worden bewaard bij de loonadministratie.
  • In het contract zijn de naam en het adres van de werknemer vastgelegd.
  • Het contract vermeldt de dag of dagen in de week waarop de werknemer in de werkruimte thuis werkt.
  • Per 5 kalenderjaren mag maximaal € 1.815 inclusief btw (waarde in het economische verkeer) onbelast worden vergoed, verstrekt of ter beschikking worden gesteld.
  • De werknemer werkt ten minste eenmaal per week tijdens de gebruikelijke werktijd voor de vervulling van zijn dienstbetrekking in de werkruimte met behulp van bijvoorbeeld een telefoon of computer, zonder dat hij naar de arbeidsplaats buiten de woning reist.
  • De inrichting van de werkruimte voldoet aan de eisen van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Arbeidsomstandighedenbesluit

Volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit moet de inrichting van de werkruimte aan de volgende eisen voldoen:

  • De werkruimte van een thuiswerker is zodanig ingericht, dat de werknemer zo veel mogelijk zittend en op een ergonomisch verantwoorde manier zijn werk kan doen.
  • In de werkruimte zijn de nodige voorzieningen voor kunstverlichting aanwezig.

Prijsgeven van pensioenrechten door directeur-grootaandeelhouder in verband met onderdekking.

Het prijsgeven van pensioenaanspraken kan fiscale gevolgen hebben. Betreft het een pensioenaanspraak bij een zogenoemd eigen beheerlichaam, dan heeft het prijsgeven alleen geen gevolgen voor zover sprake is van niet voor verwezenlijking vatbare rechten (zie artikel 19b, eerste lid, onderdeel c, van de Wet LB). Aanspraken zijn niet voor verwezenlijking vatbaar als er dwingende maatschappelijke redenen zijn om af te zien van de aanspraken. Dit kan het geval zijn bij faillissement, surseance van betaling of schuldsanering.

Met ingang van 1 januari 2013 is

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Dit besluit is gebaseerd op de delegatiebepaling van artikel 19b, negende lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Dit besluit bevat de voorwaarden voor het verminderen van pensioenen in eigen beheer zonder dat sprake is van een prijsgeven als bedoeld artikel 19, eerste lid, onderdeel c, van deze wet.

1. Inleiding

Het prijsgeven van pensioenaanspraken kan fiscale gevolgen hebben. Betreft het een pensioenaanspraak bij een zogenoemd eigenbeheerlichaam, dan heeft het prijsgeven alleen geen gevolgen voor zover sprake is van niet voor verwezenlijking vatbare rechten (zie artikel 19b, eerste lid, onderdeel c, van de Wet LB). Aanspraken zijn niet voor verwezenlijking vatbaar als er dwingende maatschappelijke redenen zijn om af te zien van de aanspraken. Dit kan het geval zijn bij faillissement, surseance van betaling of schuldsanering.

Met ingang van 1 januari 2013 is aan artikel 19b Wet LB een negende lid toegevoegd. Hierin is een uitzondering opgenomen op het eerste lid, onderdeel c, voor de situatie dat de vermogenspositie van het eigenbeheerlichaam op het moment van pensioeningang (de pensioeningangsdatum) ontoereikend is om de aangegane pensioenverplichtingen na te komen. In die situatie is eenmalig een vermindering van de door het eigenbeheerlichaam verzekerde pensioenaanspraken mogelijk zonder dat de sanctie van het eerste lid optreedt. De vermindering van pensioenaanspraken kan plaatsvinden in door de minister van Financiën aangewezen gevallen, als blijkt dat is voldaan aan de door de minister te stellen voorwaarden. Met ‘blijkt’ wordt bedoeld dat de belanghebbende dit overtuigend aantoont. Dit besluit bevat de uitwerking van de in artikel 19b, negende lid, van de Wet LB, opgenomen regeling.

Voor meer informatie: Staatscourant 2013 nr 8018, 28 maart 2013

Geefwet: Brussel akkoord met extra belastingvoordeel cultuurgiften

De Europese Commissie heeft het extra belastingvoordeel voor giften aan culturele instellingen goedgekeurd. Hierdoor mogen giften aan culturele instellingen [musea, theaters, schouwburgen] definitief met een bepaald percentage worden vermenigvuldigd waardoor er een hoger bedrag in de belastingaangifte kan worden afgetrokken, zo meldt het ministerie van Financiën. Particulieren mogen voor de inkomstenbelasting

De Europese Commissie heeft het extra belastingvoordeel voor giften aan culturele instellingen goedgekeurd. Hierdoor mogen giften aan culturele instellingen [musea, theaters, schouwburgen] definitief met een bepaald percentage worden vermenigvuldigd waardoor er een hoger bedrag in de belastingaangifte kan worden afgetrokken, zo meldt het ministerie van Financiën.

In zijn reactie op 20 maart 2013 na de goedkeuring van Brussel zegt Staatssecretaris Weekers van Financiën te hopen dat particulieren en bedrijven de Geefwet nu ten volle gaan benutten en heeft mede hierom het gebruik van de multiplier goedgekeurd tot en met de belastingaangifte over 2017. De verlenging van de termijn wordt opgenomen in het Belastingplan 2014 of in de Overige Fiscale Maatregelen 2014.

De Geefwet werd op 1 januari 2012 van kracht en de daarin opgenomen multiplier is bedoeld  om fondsenwerving voor culturele instellingen aantrekkelijker te maken.

Particulieren mogen voor de inkomstenbelasting 25% meer aftrekken dan ze geven. Voor hen kan het extra belastingvoordeel bij de maximale gift van € 5.000 oplopen tot € 650. Bedrijven mogen voor de vennootschapsbelasting de aftrek van hun gift met 50% verhogen. Voor hen kan het extra voordeel oplopen tot € 625.

Stelsel basisregistraties inzichtelijker gemaakt

De overheid heeft de diverse huidige en geplande basisregistraties in een interactieve webpagina gepresenteerd, op zodanige wijze dat

De overheid heeft de diverse huidige en geplande basisregistraties in een interactieve webpagina gepresenteerd, op zodanige wijze dat de onderlinge relaties met een muisklik duidelijk worden. De Interactieve Stelselplaat is bedoeld om te laten zien hoe het nationale stelsel van basisregistraties functioneert.

Vorderingen tussen echtgenoten: Besluit over gevolgen huwelijksvermogensrecht

Sinds 2012 geldt nieuw huwelijksvermogensrecht. De bepalingen rondom vergoedingsvorderingen tussen echtgenoten zijn daarbij gewijzigd. De mogelijke gevolgen van deze bepalingen op diverse fiscale regelingen

Besluit | 15-03-2013 | Ministerie van Financiën

Sinds 2012 geldt nieuw huwelijksvermogensrecht. De bepalingen rondom vergoedingsvorderingen tussen echtgenoten zijn daarbij gewijzigd (artikel 1:87 BW). De mogelijke gevolgen van deze bepalingen op diverse fiscale regelingen worden op dit moment nog nader geanalyseerd. Vooruitlopend op de definitieve analyse wordt voor zover nodig goedgekeurd dat voor de inkomstenbelasting geen overdracht of ontstaan van een fiscaal relevant belang bij het goed zelf wordt aangenomen bij een plicht tot, respectievelijk recht op, vergoeding, als bedoeld in artikel 1:87 BW.

Download hier het besluit BLKB2013 233, VPBWI, Besluit over gevolgen huwelijksvermogensrecht

Rentevoordeel personeelslening geen belast loon

Als een bedrijf een lening verstrekt aan zijn werknemer tegen een lagere rente dan een kredietverlener, dan geniet die werknemer een rentevoordeel. Echter, dit voordeel vormt zowel onder de werkkostenregeling als onder de overgangsregeling geen belast loon als

Als een bedrijf een lening verstrekt aan zijn werknemer tegen een lagere rente dan een kredietverlener, dan geniet die werknemer een rentevoordeel. Echter, dit voordeel vormt zowel onder de werkkostenregeling als onder de overgangsregeling geen belast loon als de werknemer die lening gebruikt voor een eigen woning.

In reactie op Kamervragen over onbelaste hypotheekrentekorting voor werknemers, heeft de staatssecretaris van Financiën uitgelegd dat voor deze fiscale behandeling is gekozen, omdat het in aanmerking nemen van het rentevoordeel in de loonbelasting tot renteaftrek binnen de eigenwoningregeling zou leiden. De staatssecretaris wijst erop dat aan een lagere rente op personeelsleningen voorwaarden zijn verbonden en dat de werkgever daarbij een administratieplicht heeft. Voor werkgevers die al op de werkkostenregeling zijn overgestapt, geldt voor het rentevoordeel een nihil waardering, waardoor het rentevoordeel dus niet koste gaat van de vrije ruimte. Voor werkgevers die nog niet zijn overgestapt op de werkkostenregeling, is het rentevoordeel vrijgesteld voor zover de werknemer de lening gebruikt voor zaken waarvoor volledig of bijna volledig een vrije vergoeding mogelijk is. Voor andere renteloze of laagrentende personeelsleningen gelden afwijkende regels. Welke regels dan van toepassing zijn, hangt wederom af van de vraag of een bedrijf de werkkostenregeling wel of niet toepast.

Van toepassing zijn artikel 13, lid 3-c van de Wet op de loonbelasting 1964 en artikel 59 Uitvoeringsregeling Wet op de loonbelasting 2001.

Bron: ministerie van Financiën, 12 maart 2013, nr. DGB/2013/962U

Verwijderingsbijdragen afgeschaft

Op 14 februari 2011 is de verwijderingsbijdrage voor bruingoed afgeschaft en voor witgoed half februari 2013. Als u onverhoopt geconfronteerd wordt met een verwijderingsbijdrage op uw bon, dan kunt u daar werk van maken. U kunt

Op 14 februari 2011 is de verwijderingsbijdrage voor bruingoed afgeschaft en voor witgoed half februari 2013.

Karel* is een fervent muziek- en filmliefhebber en koopt een televisietoestel en blu-ray speler. De aankoop van Karel is ruim nadat op 14 februari 2011 de verwijderingsbijdrage voor geluids- en beeldelektronica, het zogenaamde bruingoed, is afgeschaft.  Als Karel thuis zit te genieten van zijn nieuwe apparatuur bekijkt hij de kassabon nog eens en ziet daar apart de verwijderingsbijdrage staan. ‘Vreemd’,  denkt hij. ‘Want de verwijderingsbijdrage is afgeschaft.’ …

Karel  gaat met zijn kassabon terug naar de elektronicazaak en vraagt aan de verkoper hoe het zit. Maar deze is niet op de hoogte van de nieuwe regel. Karel is verbaasd en besluit contact op te nemen met ‘Informatie Rijksoverheid’  en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. De vraag die Karel stelt is:  ‘Wat gebeurt er met een onterecht geïncasseerde verwijderingsbijdrage?’  Maar hij krijgt helaas geen antwoord op zijn vraag.

Dan schakelt Karel mij in. Hij vindt dat het ministerie onvoldoende voorlichting geeft aan consumenten en leveranciers over de afschaffing van de verwijderingsbijdrage en ik ga op onderzoek uit. Al snel zie ik dat de informatievoorziening over de verwijderingsbijdrage richting burger weinig voorstelt. De overheid verwijst wel door naar organisaties die meer informatie verstrekken en als ik dat controleer klopt het ook.

Maar de vraag van Karel staat nog steeds: ‘Wat kun je doen als er teveel verwijderingsbijdrage wordt gerekend?’ Daarover is bijna niets te vinden, constateer ik. Wel blijkt dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) als taak heeft te handhaven. Zij gaan dus ook over onterecht geïnde verwijderingsbijdrage. Dit is Karel nooit verteld door ‘Informatie Rijksoverheid’ waar hij in eerste instantie contact mee had.

Maar Karel zou van de site van de ITL niets wijzer geworden zijn omdat die in alle talen zwijgt over de het al dan niet verschuldigd zijn van de verwijderingsbijdrage. Dat moet naar mijn mening veranderen. De minister moet er voor zorgen dat het voor de burger duidelijk is wat hij kan ondernemen als ten onrechte  teveel verwijderingsbijdrage betaald moet worden.

Met Karel is het gelukkig toch nog goed gekomen. De elektronicazaak heeft hem uiteindelijk het geld teruggegeven. En op de site van ITL staat ondertussen de goede informatie.

De zaak van Karel is ook nu actueel want half februari 2013 is de verwijderingsbijdrage voor huishoudelijke apparaten (groot witgoed) afgeschaft. Dus als u onverhoopt geconfronteerd wordt met een verwijderingsbijdrage op uw bon, dan kunt u daar werk van maken. U kunt dan het beste eerst naar de winkel zelf gaan en als ze moeilijk doen, kunt u aankloppen bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).  Of u neemt deze column van mij mee en dan krijgt u vast met een vriendelijke lach de verwijderingsbijdrage terug!

Bron: Dagblad De Telegraaf, De Nationale Ombudsman 09 maart 2013

*) Karel is een gefingeerde naam